Andree Hollander

Romeinse cijfers

Even opfrissen

i v x l c d m

Cursus

Optelsysteem

Bij Romeinse cijfers gebruikt men letters als getallen:

De letters worden van hoog naar laag achter elkaar geplaatst.

Ezelsbruggetje

Om de volgorde van de symbolen (van laag naar hoog) te onthouden bestaat het volgende ezelsbruggetje:

met dank aan Rob Kuijt
en de website over ezelsbruggetjes

cartoon

Zes verkortingen

Omdat vier dezelfde symbolen achter elkaar niet zo snel te tellen zijn in een oogopslag, zijn deze verkortingen ingevoerd:

Voorbeelden

MMIIII -> MMIV -> 2004

45 -> XXXXV -> XLV

MCM -> MDCCCC -> 1900

99 -> LXXXXVIIII -> XCIX

V, L en D

De V, L en D kunnen nooit voor een grotere waarde staan. Dus: na een V mag je alleen een of meer I's schrijven, na een L kunnen alleen X'en, een V en I's komen en na de D kunnen alleen C's, een L, X'en, een V en I's staan.

De V, L en D kunnen nooit meer dan eenmaal in een getal voorkomen.

De nul

De Romeinen kenden de nul niet. Ze konden makkelijk zonder nul. Wij hebben de nul nodig om in 606 duidelijk te maken dat de eerste 6 staat voor 600.

De Romeinen hadden aparte symbolen voor de duizendtallen, honderdtallen, tientallen en eenheden. DC is 600 en VI is 6. Samen DCVI. Geen verwarring mogelijk en geen nul nodig.